Actueel: het laatste nieuws
Nieuwsberichten Hoofd- en halskanker en Laryngectomie
Primeur voor Nederland: 
Revalidatieprogramma voor Hoofd-Hals Kanker
Amsterdam, 14 maart 2011. Het is het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL) in Amsterdam gelukt om als eerste ziekenhuis in Nederland een geïntegreerd revalidatieprogramma voor patiënten met hoofd-halskanker te ontwikkelen en dit direct erkend te krijgen door de zorgverzekeraars AGIS en ACHMEA. Dit programma is door artsen en paramedici van het NKI-AVL ontwikkeld in nauwe samenwerking met revalidatieartsen van Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie te Amsterdam, in het kader van een door de zorgverzekeraars bekostigd zorgvernieuwingsproject.
Door verbeterde behandelmethoden overwinnen steeds meer mensen de ziekte kanker. Dit geldt zeker ook voor patiënten met kanker in het hoofd-halsgebied. Doordat de hoog-complexe zorg voor deze categorie kankerpatiënten is geconcentreerd in de acht hoofd-hals werkgroepen van de kankerinstituten en de academische centra, verenigd in de Nederlandse Werkgroep Hoofd-Hals Tumoren (NWHHT), loopt Nederland als het gaat om behandelingsresultaten hierbij zelfs voorop in Europa.
Voor patiënten met hoofd-halskanker zijn de functionele en cosmetische gevolgen van hun ziekte vaak nog directer zichtbaar en staat hun kwaliteit van leven niet zelden nog meer onder druk dan voor andere kankerpatiënten het geval is. Tumoren in het hoofd-halsgebied, waaronder alle tumoren vallen boven het sleutelbeen behalve hersentumoren, zijn immers gelegen in gebieden die essentieel zijn voor de ademhaling, de communicatie en de voedselopname. Patiënten hebben daarom vaak moeite met praten, eten en drinken, en niet zelden zeer zichtbare cosmetische klachten. Dit komt niet alleen door de tumorgroei zelf, maar ook door de noodzakelijke behandelingen. Door deze klachten ondervinden de patiënten belemmeringen in hun functioneren op verschillende gebieden van het dagelijks leven. Door het ontbreken van een erkend multidisciplinair revalidatieprogramma is een gestructureerde aanpak van deze nadelige gevolgen in Nederland echter nooit goed van de grond gekomen. Dit, terwijl er in het NKI-AVL en ook in andere Nederlandse hoofd-hals centra wel veel wetenschappelijk bewijs verkregen is voor de effectiviteit van een aantal essentiële revalidatiemethoden.
De erkenning van het revalidatieprogramma is mede een gevolg van het feit dat de beroepsgroepen binnen de NWHHT en de patiëntenvereniging NSvG (Patiëntenvereniging Nederlands Stichting voor Gelaryngectomeerden) dit programma mede hebben onderschreven. Het revalidatieprogramma is niet alleen beschikbaar voor patiënten van het NKI-AVL, maar ook voor alle andere hoofd-halskanker patiënten die behandeld worden in één van de NWHHT centra. Het in het NKI-AVL ontwikkelde programma zal belangeloos ter beschikking gesteld worden aan deze centra en hun lokale revalidatiepartner, die op hun beurt over dit programma afspraken kunnen maken met hun zorgverzekeraars en het in hun organisatie kunnen implementeren.
De revalidatie van de patiënt wordt begeleid door een multidisciplinair team dat onder andere bestaat uit een hoofd-halschirurg/oncoloog, revalidatiearts, hoofd-halsradiotherapeut, logopedisten, ergotherapeut, fysiotherapeut, diëtist, maatschappelijk werker en psychiatrisch verpleegkundige. Het team kan indien nodig aangevuld worden met andere deskundigen zoals bijvoorbeeld een tandarts-prothetist en een hoofd-halsprothetist. Het programma bestaat uit een totaalpakket aan behandelmogelijkheden dat is afgestemd op de individuele behoeften en omstandigheden van de patiënt en dat met name is gericht op de terugkeer van de patiënt in de maatschappij. Deze in de revalidatiegeneeskunde gebruikelijke vorm wordt nu voor het eerst toegepast voor patiënten met kanker. Meer specifiek valt bij deze patiëntengroep onder andere te denken aan optimaliseren van de communicatie (specifieke oncologische stem- en spraaktherapie), reukrevalidatie, mimetherapie, intensieve sliktherapie met voedingsadviezen van de diëtist, gerichte fysio- en ergotherapie voor de vaak verslechterde schouder- en halsfunctie en verminderde conditie, verdeling van energie en psychosociale begeleiding. Dit alles met als doel het weer kunnen deelnemen aan allerlei activiteiten die voor de patiënt belangrijk zijn in het dagelijks leven.
Jaarlijks krijgen ongeveer 2.500 patiënten kanker in het hoofd-halsgebied.
Terugkeer Hoofd-halskanker te voorspellen
Januari 2010 - Bij ongeveer 20% van de patiënten komt na een operatie aan een hoofd-hals tumor, de tumor onverwacht weer terug. Tot voor kort was het onmogelijk om te voorspellen bij welke patiënten dit wel of juist niet zou gebeuren.
Nu blijkt dat een lage hoeveelheid van de eiwitten keratine 4 en cornuline in het slijmvlies goed voorspelt welke patiënten een groter risico lopen dat de tumor terug zal keren. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Tieneke Schaaij-Visser van het Netherlands Proteomics Centre en de Universiteit Utrecht in samenwerking met het VU medisch centrum. Voor het ontdekken van het juiste eiwit vergeleek Schaaij-Visser honderden eiwitten uit weefsel van gezonde mensen met weefsel van (pre)kankerpatiënten.
Jaarlijks krijgen 2500 Nederlanders hoofd-halskanker oftewel kanker die ontstaat in het slijmvlies van de mond-keelholte en het strottenhoofd. Hoofd-halskanker is hardnekkig en vaak lastig te behandelen. Zelfs na microscopisch onderzoek van de patholoog aan de randen van de uitgesneden tumor waarbij in principe de conclusie is dat de tumor volledig is verwijderd, komt bij ongeveer 20% van de patiënten de tumor terug.
Het onderzoek van Schaaij-Visser richtte zich op de vraag of bepaalde eiwitten in de randen van de plaats waar de tumor is weggesneden konden voorspellen of een tumor terug zou komen. Hiervoor zijn honderden eiwitten van normale weefsels vergeleken met eiwitten van (pre)kanker weefsels van patiënten. Het bleek al snel dat sommige eiwitten wel aanwezig zijn in gezond weefsel, maar nauwelijks in tumor weefsel, of omgekeerd. Bij verschillende patiëntengroepen is vervolgens getest of deze eiwitten voorspellen dat de tumor terug zal keren. De resultaten hebben aangetoond dat de lage hoeveelheid van de eiwitten keratine 4 en cornuline in de snijraden inderdaad voorspelt dat een tumor terugkeert bij patiënten die geopereerd voor hoofd-halskanker. Patiënten die een hoog risico lopen dat de tumor terug zal keren, komen in aanmerking voor extra controle in het ziekenhuis en eventueel preventieve behandeling. Aanvullend onderzoek is nodig om het in de toekomst daadwerkelijk te kunnen gebruiken voor de behandeling van patiënten.
Het promotieonderzoek is een gezamenlijk onderzoeksproject van de afdelingen KNO/Hoofd- halschirurgie van VU medisch centrum (Prof. R.H. Brakenhoff) en Biomoleculaire Massaspectrometrie en Proteomics Groep van de Universiteit Utrecht (Dr. M. Slijper) en is gefinancierd door het Netherlands Proteomics Centre.

Meer kans op beroerte na hoofd-halskanker
22 april 2009 - Patiënten die behandeld zijn aan hoofdhalskanker en die vijf jaar later nog in leven zijn, hebben meer kans om een herseninfarct of een hersenbloeding te krijgen. Gemiddeld neemt het risico twee tot vijfmaal toe.
Dat ontdekte neuroloog Lucille Dorresteijn, die woensdag aan de Radboud Universiteit in Nijmegen promoveert. Dorresteijn is een van de artsen in Nederland die onderzoeken wat voor gevolgen een kankerbehandeling op de lange termijn heeft voor een mens. Nu de kans op overleving van kanker steeds verder toeneemt, wordt ook steeds duidelijker dat bestraling en chemokuren hun gevolgen kunnen hebben.
In Nederland krijgt een derde van alle mannen en een kwart van de vrouwen op enig moment in hun leven kanker. Het is voor deze mensen van belang om te weten welke complicaties door hun kankerbehandeling op de lange termijn kunnen optreden, vinden artsen.
Kunstvat
Volgens Dorresteijn worden de vaatwanden dikker door bestraling van het halsgebied. Vernauwing van de halsslagader kan leiden tot een cva, de medische verzamelnaam voor onder meer herseninfarcten en -bloedingen ofwel beroertes. Vooral mensen die voor hun 21e levensjaar behandeld zijn voor Hodgkin lymfoom vormen een risicogroep.
De Nijmeegse neuroloog beveelt aan om bij risicogroepen eventueel een kunstvat in de vorm van een stent (verende buisvormige prothese van fijmazig gaas) te plaatsen, zodat de ader niet helemaal dicht kan slibben. Nader onderzoek is nodig naar de effectiviteit van het slikken van cholestorolverlagende middelen, aldus Dorresteijn.

Oefenprogramma PRESS gelanceerd
De hoofd-halswerkgroep VU medisch centrum heeft het oefenprogramma PRESS (preventie van spraak-, slik- en schouderklachten) ontwikkeld. Met behulp van dit programma kunnen mensen met hoofd-halskanker voor, tijdens en na de behandeling -zelfstandig- thuis oefenen.
Per jaar wordt in Nederland bij ongeveer 2600 mensen hoofd- en halskanker geconstateerd. Naast klachten als vermoeidheid en pijn hebben ze ook vaak schouderklachten en spraak- en slikproblemen. Dit heeft veel gevolgen voor de kwaliteit van leven. Niet alleen van de patiënten zelf, maar ook van hun partners. Met name spraak- en slikproblemen kunnen leiden tot verminderde sociale contacten en een verhoogd risico op psychische problematiek. Logopedische oefeningen voor, tijdens of vlak na de behandelingen kunnen spraak- en slikklachten voorkomen of verminderen maar worden nu pas laat gestart. Ook het vroeg starten met oefeningen kan schouderklachten na oncologische behandeling verminderen.
PRESS combineert deze logopedische en fysiotherapeutische ondersteuning. Het programma bestaat uit oefeningen om de spieren van hoofd, hals, en schouders los te maken, stemoefeningen, articulatieoefeningen. Ook geeft het tips om bij eventuele slik- of spraakproblemen het slikken en de communicatie makkelijker te laten verlopen.
Op dit moment wordt de effectiviteit van PRESS onderzocht. Gekeken wordt in hoeverre de oefeningen bijdragen aan de preventie van spraak-, slik- en schouderklachten. De eerste resultaten zijn positief. Een website gaat patiënten uitleg en tips geven over het PRESS oefenprogramma.
Fonds NutsOhra draagt bij aan implementatie in de dagelijkse klinische praktijk.

Gladde stemprothese langer bruikbaar
25 september 2008 - Hoe kan ervoor gezorgd worden dat stemprotheses zo weinig mogelijk vervangen hoeven worden? Dat onderzocht UMCG-promovendus Janine Oosterhof. Zij ontwikkelde een nieuwe, verbeterde stemprothese.
Voor sommige patiënten met kanker van het strottenhoofd is de enige optie een laryngectomie. Hierbij wordt het strottenhoofd met tumor verwijderd, waardoor deze patiënten niet meer normaal kunnen praten. Daarvoor heeft men dan een stemprothese nodig. Aan de stemprothese hecht na verloop van tijd een laagje bacteriën en gisten (biofilm), waardoor zij onbruikbaar wordt, en vervangen moet worden.
In een kunstkeel onderzocht Oosterhof lekkagepatronen bij verschillende stemprotheses. Ook onderzocht zij de werking van het slijmoplossend medicijn N-acetylcysteine. Dit vermindert de biofilmvorming, zo blijkt. Problematisch is dat de patiënt zeer therapietrouw moet zijn. Een andere oplossing, laat Oosterhof zien, is het aanbrengen van een speciale coating op het rubber van de stemprothese. Ook dit vermindert de vorming van biofilm. Toepassing van de coating is echter zeer kostbaar. Een interessantere methode om biofilm te verminderen is gebruik van een gladde stemprothese. Hiervoor hoeft het productieproces nauwelijks aangepast te worden.
Curriculum vitae
Janine Oosterhof (Elburg, 1975) studeerde Geneeskunde te Groningen. Ze verrichtte haar onderzoek aan de afdelingen Biomaterialen en Keel- Neus- en Oorheelkunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Ze blijft ook na haar promotie werkzaam als arts-assistent Keel-, Neus- en Oorheelkunde in het UMCG. De titel van haar proefschrift luidt: ‘Strategies to decrease biofilm formation on voice prostheses’.

Targeted therapie nieuwe succesfactor bij behandeling van long- en hoofd-halskanker
7 april 2008 - De huidige behandeling van long- en hoofd-halskanker heeft te weinig succes, de overlevingscijfers blijven laag. VU medisch centrum (VUmc) wil via onderzoek de huidige effectiviteit van de chemo-radiotherapie verbeteren. Hiervoor krijgt VUmc een deel van de 150 miljoen euro die het Center for Translational Moleculair Medicine toewijst aan negen projecten. Het consortium onder leiding van biochemicus prof. dr. Guus van Dongen bestaat uit onderzoekers van VUmc, AZM/Universiteit Maastricht, UMCG, en AvL/NKI, alsmede de bedrijven Philips, Agendia, BG Medicne, Oncomethylome Sciences, Genmab, Mubio en DSM Resolve.
Het onderzoek richt zich op een geïntegreerde aanpak van chemo-radiotherapie bij long- en hoofd-halskanker patiënten, zodat vooraf beter te voorspellen is of een patiënt baat zal hebben van de therapie en overbodige therapie met eventuele bijwerkingen voorkomen kan worden. In tegenstelling tot de huidige praktijk, waarbij iedere patiënt eenzelfde behandelingsprotocol ondergaat (“one size fits all”), wordt gestreefd naar een geïndividualiseerde behandeling die rekening houdt met biologische verschillen tussen patiënten en hun ziekte. Behandeling op maat dus.
In dit project zullen de moleculaire eigenschappen van een tumor die de resistentie van chemo-radiotherapie kunnen voorspellen, achterhaald worden. Op basis van deze kennis zullen nieuwe innovatieve moleculaire testen ontwikkeld worden. Daarnaast moeten nieuw te ontwikkelen contrastmiddelen (zogenaamde PET-tracers) en software het mogelijk maken om diezelfde tumor eigenschappen ook in het lichaam van de patiënt zelf af te beelden en te kwantificeren. Zeker voor bewegende organen als de longen is dit een technische uitdaging. Hierdoor is het uiteindelijk mogelijk om resistente gebieden binnen een tumor intensiever en selectiever te bestralen. De gevoeligheid van de tumor voor bestraling zal bovendien verhoogd worden door combinatie met innovatieve nieuwe geneesmiddelen, die bijvoorbeeld zeer selectief kritische groeifactorreceptoren blokkeren die van vitaal belang zijn voor tumoroverleving. Deze geïndividualiseerde behandeling moet uiteindelijk leiden tot een beter eindresultaat: langere overleving en betere kwaliteit van leven.
Long en hoofd-halskanker
Kanker van de bovenste voedsel- en luchtweg, longkanker en hoofd-halskanker, behoort tot de meest frequente doodsoorzaken. Jaarlijks wordt in Nederland bij ongeveer 9.000 personen longkanker vastgesteld, rond de 8.850 personen overlijden aan de ziekte. Voor hoofd-halskanker zijn deze cijfers respectievelijk 2.400 en 850. Roken is voor beide kankersoorten oorzaak nummer één. Patiënten worden meestal behandeld door een operatie, bestraling, of chemokuur, of een combinatie ervan.
CTMM
Het Centre for Translational Molecular Medicine (CTTM) is een programma van de Nederlandse overheid om de samenwerking tussen Nederlandse bedrijven en de wetenschap te bevorderen. Prof. dr. Bob Pinedo, internationaal erkend oncoloog, is een van de initiatiefnemers van dit programma.Tot eind 2001 was hij hoofd van de afdeling medische oncologie van VU medisch centrum. Daarna tot september 2005 directeur van VUmc Cancer Center Amsterdam, waarbij hij betrokken blijft als adviseur. Voor meer informatie over CTMM zie www.ctmm.nl. Binnen de hier beschreven unieke samenwerking wordt zeer specifieke kennis op het gebied van diverse klinische disciplines, moleculaire en celbiologie, biotechnologie, geneesmiddelen ontwikkeling, moleculaire imaging, informatica en kosteneffectiviteitonderzoek gebundeld om tot een beter resultaat te komen.

Doorbraak in bestralingstechniek kankerpatiënten - ook voor keelkanker
5 april 2008 - Drie grote Nederlandse ziekenhuizen zeggen een doorbraak te hebben bereikt in de strijd tegen kanker. Ze werken aan een nieuwe bestralingstechniek waarbij gezond lichaamsweefsel beter blijft gespaard en de bijwerkingen veel geringer zijn. Een woordvoerder van het Nederlands Kanker Instituut-Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL) in Amsterdam heeft zaterdag een bericht hierover in Het Parool bevestigd.
Volgens Marcel Verheij, hoofd van de afdeling radiotherapie in het NKI-AVL, kunnen tot 8000 van de bijna 45.000 kankerpatiënten die in Nederland worden bestraald, profiteren van de nieuwe vinding.
Bij de nieuwe techniek worden patiënten met protonen bestraald. Voordeel is dat de straling vrijwel uitsluitend in de tumoren haar vernietigende werk doet en niet daarbuiten. Ook geeft de nieuwe bestralingsmethode minder bijwerkingen.
De verwachting is dat de eerste patiënten met de nieuwe techniek in 2010 of 2011 kunnen worden behandeld.
De nieuwe methode is volgens Verheij geschikt voor de behandeling van keel- en longkanker, en mogelijk ook van maagkanker, prostaatkanker, borstkanker en tumoren in het hoofd en in het oog.
Een ander voordeel van protonenbehandeling is dat tumoren met hogere doses kunnen worden bestraald zonder dat de bijwerkingen steeds erger worden. Hierdoor neemt de overlevingskans toe.

Hoofd-halstumoren effectiever aangepakt
17 oktober 2007 - De behandeling van grote tumoren in het hoofd-halsgebied is lastig. Verder vormen de bijwerkingen bij de huidige standaardbehandelingen nog steeds een belangrijk aandachtspunt. Het gebruik van hyperthermie (het lokaal inwendig verwarmen van tumoren), toegevoegd aan radiotherapie, leidt tot opmerkelijk betere uitkomsten. Voor het hoofd-halsgebied bestaat nog geen apparaat ('applicator') dat zowel oppervlakkige als diepgelegen tumoren kan verwarmen. Maarten Paulides, onderzoeker bij de afdeling Radiotherapie van het Erasmus MC, ontwikkelde een dergelijke applicator.
Hyperthermie maakt gebruik van microgolven, waarmee tumoren zodanig worden verwarmd dat ze gevoeliger worden voor radiotherapie en chemotherapie. Voor veel tumorlocaties is aangetoond dat de toevoeging van hyperthermie aan radiotherapie leidt tot opmerkelijk betere uitkomsten. Verder is in gerandomiseerd onderzoek aangetoond dat hyperthermie ook in het hoofd-halsgebied bijdraagt aan een goede behandeling van oppervlakkig gelegen kwaadaardige gezwellen. Voor dit gebied bestaat er echter nog geen apparaat (applicator) dat zowel oppervlakkige als diepgelegen tumoren kan verwarmen.
Genezingskans
Paulides heeft uitgebreide theoretische studies uitgevoerd met behulp van electromagnetische simulatiepakketten. Hiermee heeft hij de mogelijkheid aangetoond om weefsel diep te verwarmen in het hoofd-halsgebied met microgolven en heeft hij het ontwerp van de applicator weten te onderbouwen. De simulaties zijn gecontroleerd met metingen en daarna gebruikt om het klinische prototype te ontwerpen en te bouwen. Met behulp van behandelplanningen voor fictieve patiënten zijn verder de mogelijke energieverdelingen vastgesteld voor deze applicator. Tot slot is met een echte patiënt in een zogenaamde 'fase 1 haalbaarheidsstudie' de mogelijkheid om diep te verwarmen daadwerkelijk aangetoond. In samenwerking met de Zwitserse industrie (Speag, Zürich) wordt momenteel gewerkt aan een commerciële versie van het apparaat, zodat het in de toekomst ook in andere klinieken kan worden gebruikt.
Het onderzoek is uniek omdat voor het eerst volledig gebruikgemaakt is van theoretische studies om het uiteindelijke ontwerp van de applicator vast te stellen. Het uiteindelijke doel is door toevoeging van hyperthermie aan de bestaande behandeling de bijwerkingen te verminderen en de genezingskans te verhogen.

Droge mond bij hoofd-halskanker door gerichte bestraling te voorkomen
Patiënten met hoofd-halskanker hebben minder last van een droge mond en plakkerig speeksel als bij bestraling de speekselklieren bij de onderkaak worden ontzien. Dat stelt onderzoeker Anke Petra Jellema in haar promotieonderzoek aan het VU Medisch Centrum. Hoofd-halskanker is een verzamelnaam voor verschillende soorten kanker zoals kanker van de mond of keelholte.
Een droge mond, ook wel xerostomie genoemd, en plakkerig speeksel zijn veel voorkomende bijwerkingen van bestraling van patiënten met hoofd-halskanker. Jellema onderzocht de effecten van deze bijwerkingen op de kwaliteit van leven van deze patiënten. Veel voorkomende klachten bleken vermoeidheid, slapeloosheid en een verminderd lichamelijk functioneren. Bij vrouwen en jongere patiënten zijn deze effecten volgens de onderzoeker het sterkst.
Ook onderzocht Jellema welke invloeden een rol spelen bij het ontstaan van een droge mond bij de bestraling van de kankerpatiënten. De hoogte van de stralingsdosis en de gebruikte techniek bleken belangrijke risicofactoren te zijn. Verder kwam Jellema tot de conclusie dat naast de oorspeekselklieren de speekselklieren bij de onderkaak een belangrijke rol spelen. Door deze gebieden bij de bestraling te sparen, neemt het risico op een droge mond volgens de onderzoeker af.
Jellema verrichte ook onderzoek naar de effecten van het middel Amifostine tijdens de bestraling. Dit middel wordt gebruikt om de speekselklieren te beschermen. Volgens Jellema is behandeling met dit middel belastend voor patiënten, arbeidsintensief en duur. Ook zouden patiënten door Amifostine met veel bijwerkingen kampen.

Behandeling patiënten hoofd-halskanker kan en moet beter
De laatste decennia zijn er vele ontwikkelingen geweest op het gebied van diagnostiek en behandeling van hoofd-halskanker. Toch zijn de overlevingskansen voor patiënten niet substantieel verbeterd. Hoe is dat mogelijk? In de ogen van prof.dr. Remco de Bree is betere selectie van behandelingen voor de individuele patiënt dé oplossing. De Bree is benoemd tot hoogleraar keel-, neus- en oorheelkunde aan VU medisch centrum.
Bij de behandeling van hoofd-halskanker is er steeds vaker de keuze tussen chirurgische en niet-chirurgische behandeling (radiotherapie met of zonder chemotherapie). De behandelend arts kiest momenteel nog op basis van gegevens van ervaringen met ongeveer gelijke patiënten. Huidig onderzoek is er echter op gericht om de beste behandeling voor de individuele patiënt te selecteren zodat de kans op overleving met optimaal functioneren het grootst is. Bij een goede selectie kunnen onder- en overbehandeling zoveel mogelijk worden voorkomen en wordt de kwaliteit van leven voor de patiënt zo goed mogelijk behouden. De Bree pleit dan ook voor aanpak op maat.
Een voorbeeld hiervan is de behandeling van patiënten met vergevorderde strottenhoofdkanker. Het aantal verschillende behandelingsmogelijkheden is de laatste decennia sterk toegenomen: talrijke combinaties van verwijdering van het strottenhoofd, diverse bestralingsschema’s en vormen van chemotherapie. Een strottenhoofdsparende, niet-chirurgische behandeling met bestraling met of zonder chemotherapie heeft niet altijd dezelfde kans op genezing als chirurgie.
En soms wordt het strottenhoofd wel gespaard, maar is deze door de tumor en de behandeling uiteindelijk niet functioneel meer zodat normaal spreken en eten uiteindelijk niet mogelijk zijn. Achteraf blijkt dan dat een verwijdering van het strottenhoofd met goede stemrevalidatie beter geweest zou zijn. Een selectie van behandelingen afgestemd op de individuele patiënt kan hierbij uitkomst bieden en de beste keuze van behandelingen waarborgen.
Hoofd-halskanker behelst alle kwaadaardige afwijkingen van het hoofd en de hals, uitgezonderd de hersenen en ogen. In West-Europa is hoofd-halskanker de op vier na meest voorkomende vorm van kanker. In Nederland wordt hoofd-halskanker jaarlijks bij 2500 mensen vastgesteld. Oorzaken zijn met name roken, overmatig alcoholgebruik en erfelijke aanleg.

Doorbraak in behandeling uitgezaaide hoofd- en halstumoren
19 juni 2007 - Er is goed nieuws voor kankerpatiënten die in behandeling zijn voor uitgezaaide hals- en hoofdtumoren. Als het geneesmiddel Cetuximab toegevoegd wordt aan de (palliatieve) chemotherapie verlengt de levensverwachting van deze patiënten met bijna drie maanden. "Dit is de eerste keer in 25 jaar dat de overleving van deze patiënten op deze spectaculaire wijze verbeterd kan worden", zegt professor Jan B. Vermorken, diensthoofd oncologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen.
De vaststelling volgt uit een Europese studie bij 442 patiënten die onder leiding van de prof. Vermorken plaatsvond. Hij presenteerde de resultaten van deze studie op het congres van de American Society of Oncology, dat begin deze maand in Chicago plaatsvond. Daar ging zijn bijdrage niet onopgemerkt voorbij. Een aantal gerenommeerde tijdschriften blijken nu geïnteresseerd de studieresultaten bij hen te publiceren.
Cetuximab, een geneesmiddel dat de functie blokkeert van een bepaald eiwit dat in hoge mate voorkomt bij hoofd/halskankerpatiënten, is geen onbekende in de strijd tegen kanker. Het leverde al succesvolle resultaten in de behandeling van dikkedarmkanker en ook in combinatie met bestraling van hoofd- en halstumoren werd het al gebruikt. "Een voorgaand vergelijkend onderzoek toonde aan dat de toevoeging van Cetuximab aan bestraling de overleving van patiënten met vergevorderde hoofd/halskanker significant verbeterde", legt professor Vermorken uit.
Het recente onderzoek onder leiding van Vermorken betrof patiënten met een ziekteherval of uitgezaaide ziekte, een grootschalig vergelijkend onderzoek had bij deze groep patiënten nog niet plaatsgevonden. De Europese studie heeft nu aangetoond dat ook bij hen de overleving significant verbeterd kan worden. Het geneesmiddel, dat niet goedkoop is maar in bepaalde gevallen van dikkedarmkanker en hoofd/halskanker wel wordt terugbetaald, zou volgens professor Vermorken op basis van de uitkomst van deze studie mogelijk binnen afzienbare tijd ook in de de palliatieve behandeling ingezet kunnen worden. In de Verenigde Staten is dat nu al het geval.

Kortere wachttijden voor patienten met hoofd-halskanker
23 februari 2007 - De afdeling KNO-heelkunde van het VUmc, deelnemer aan het project Procesinrichting van het Sneller Beter programma, heeft het diagnostisch proces voor hoofd halskankerpatienten aangepast. Dit schrijft een KNO-arts van VUmc in Medisch Contact.
Voorheen moesten patienten voor elk onderzoek een aparte afspraak maken. Nu zorgt het ziekenhuis ervoor dat onderzoeken en consulten zo veel mogelijk op een dag kunnen plaatsvinden. Dat bekort de wachttijden en zorgt er ook voor dat patienten minder vaak naar het ziekenhuis hoeven komen.

NKI-AVL: Photo Dynamische Therapie (PDT)
7 december 2006 - Het Nederlands Kanker Instituut - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam (NKI-AVL) opent op 8 december een PDT-centrum. PDT is een behandeling die nu nog voornamelijk bij patiënten met een hoofd/hals- of huidtumor wordt toegepast. Naar verwachting zal deze behandeling in de toekomst naast chirurgie, radiotherapie en chemotherapie ook voor andere vormen van kanker aangeboden worden.
Photo Dynamische Therapie (PDT) is een lichttherapie waarbij een lichtgevoelige stof (Foscan) wordt toegediend. De combinatie van Foscan, laserlicht en zuurstof zorgt ervoor dat de bloedvaten in de tumor dichtslibben, waardoor celdood optreedt en de tumor afsterft. In tegenstelling tot chirurgie of radiotherapie, levert PDT nagenoeg geen nadelige gevolgen als littekenweefsel of verminking aan het gezicht, en kan de behandeling nog worden toegepast als radiotherapie en of chirurgie niet meer mogelijk zijn.
In het NKI-AVL wordt al meer dan 20 jaar onderzoek gedaan naar deze behandelmodaliteit. Eerst voornamelijk binnen de research afdeling, maar de laatste 10 jaar ook in de kliniek. Voor deze behandeling, die met name bij tumoren in het hoofd-halsgebied en huidtumoren wordt toegepast, wordt op 8 december een PDT-behandelcentrum in het NKI-AVL geopend. Doel van het centrum is het bundelen van kennis en ervaring, zodat ook andere specialismen binnen het ziekenhuis over deze behandelmodaliteit kunnen beschikken. Ook kan vanuit het centrum ondersteuning worden verleend aan oncologische centra die deze behandelmodaliteit in hun eigen instituut willen opzetten. Het PDT-centrum in het NKI-AVL is de eerste in Europa.

Kenniscentrum laatste levensfase hoofd-hals kanker
24 juni 2006 - Het Erasmus MC opende het Kenniscentrum palliatieve zorg hoofd-hals oncologie. Het centrum beoogt betere zorg te bieden aan patiënten met een tumor in het hoofd-halsgebied in de laatste levensfase.
Els Borst-Eilers, voorzitter van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) opent het centrum tijdens het symposium "Palliatieve Zorg Hoofd-Hals Oncologie". De afdeling KNO van het Erasmus MC ziet jaarlijks 550 nieuwe patiënten met een hoofd-halstumor en is daarmee een van de grootste hoofd-hals oncologische centra van Europa. Ongeveer de helft van de patiënten sterft binnen vijf jaar, waarvan het grootste gedeelte aan deze ziekte.
Veel patiënten hebben palliatieve zorg nodig. Omdat hoofd-halstumoren in een gemiddelde huisartsenpraktijk maar zelden voorkomen, biedt het Kenniscentrum consultatie aan hulpverleners in de eerste en tweede lijn over specifieke problemen van deze patiëntengroep. Systematische aandacht voor psychosociale en spirituele aspecten en voorlichting aan patiënten en hun naasten is een tweede pijler van het Kenniscentrum.
De zorg wordt verbeterd door patiënten te volgen en te monitoren en door bevindingen van dit onderzoek later in de praktijk te brengen. Tijdens het symposium gaan de sprekers in op de laatste inzichten rondom de palliatieve zorg van patiënten met hoofd-halskanker en de werkwijze van het Kenniscentrum. Er is onder meer aandacht voor de rol van de verpleegkundig consulent, de rol van de huisarts en de rol van ICT.